“Geen commissie of verborgen kosten 

Onderdelen vinden was nog nooit zo eenvoudig!

Scania

Scania is een Zweeds merk van (motor)voertuigen, opgericht in 1891 in Malmö. Eerst bouwde het bedrijf fietsen, maar vanaf 1903 ook automobielen en in 1905 produceerde het zijn eerste vrachtwagen. In 1911 is het bedrijf samengegaan met Vagen Aktien Bolaget I Södertälje (Vabis) uit Södertälje.

Van 1969 tot 1995 maakte Scania samen met Saab deel uit van Saab-Scania AB.

Scania is een toonaangevende producent van zware bedrijfsauto's, autobussen en motoren voor industrie en scheepvaart. De onderneming telt wereldwijd bijna 38.600 medewerkers, heeft meerdere productievestigingen in Europa en Latijns-Amerika en is vertegenwoordigd in meer dan 100 landen.

Vroege geschiedenis

In 1896 had de Engelse rijwielfabriek Humber & Co in Malmö een dochteronderneming opgericht, de Svenska Aktiebolaget Humber & Co. Rond 1900 werd deze overgenomen door een nieuw bedrijf Maskinfabrikaktiebolaget Scania i Malmö. Naast rijwielen werden andere producten geïntroduceerd waaronder ook de auto. Eerst assembleerde Scania vooral buitenlandse wagens, maar vanaf ongeveer 1905 kwamen er motoren en personen- en vrachtwagens van eigen ontwerp. Het ontbrak aan financiële middelen om door te groeien en in 1910 ging de directie praten met concurrent Vabis, om tot een fusie te komen.

Op 18 maart 1911 werd de fusie een feit. Het bedrijf kreeg de naam Scania-Vabis AB. De productie van vrachtwagens werd geconcentreerd in Malmö en Södertälje richtte zich op personenwagens. In 1913 verhuisde het hoofdkantoor naar Södertälje

Internationale expansie

In de jaren vijftig werd het bedrijf actiever buiten Zweden. In 1957 werd meer dan de helft van de productie geëxporteerd en 10 jaar later lag dit zelfs boven de 70%. Met de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in 1957 wilde het bedrijf ook binnen de unie actief zijn. In 1965 werd een assemblagebedrijf in Zwolle gevestigd, maar in 1962 was al een fabriek bij São Paulo in Brazilië geopend. In 1968 fuseerde Scania-Vabis met Saab, een bedrijf wat ook in handen was van de grootaandeelhouder Wallenberg. De combinatie ging verder onder de naam Saab-Scania. Het bedrijf werd in 1995 weer gesplitst en Scania ging zelfstandig verder. In het jaar 2000 rolde de 1 miljoenste vrachtwagen van Scania uit de fabriek. Verder verkocht Investor AB in datzelfde jaar tweederde van haar belang, 37 miljoen aandelen, in Scania aan Volkswagen. Volkswagen kreeg hiermee 18,7% van het kapitaal en 34% van het stemrecht in handen en werd daarmee de grootste aandeelhouder.

Overname

In augustus 2000 bracht Volvo een bod uit van ruim 13 miljard gulden op Scania. Volvo had al inmiddels 45% procent van de Scania aandelen in handen.[3] Europees commissaris Mario Monti blokkeerde de transactie. Hij vond dat de twee producenten een te grote macht zouden krijgen in een aantal Europese markten. In Zweden zou de combinatie 93% van de markt verkrijgen en ook in Denemarken, Finland, Engeland en Ierland waren de marktaandelen tussen de 40% en 50% te groot.

Concurrent MAN AG deed in september 2006 een overnamebod op Scania van 9,6 miljard euro. Dit bod werd afgewezen door het bedrijf en door de familie Wallenberg, met 30% grootaandeelhouder. In oktober 2006 had MAN al 14% van de aandelen in handen en bracht een nieuw bod uit van meer dan 10 miljard euro. Volkswagen nam een belang van 15,1% in MAN om de overname te ondersteunen. Als de overname was doorgegaan zou de combinatie de grootste vrachtwagenproducent van Europa zijn geweest. De vijandelijke overname door het Duitse MAN stuitte niet op weerstand van de Europese Commissie, dit tot ongenoegen van de Zweden. Uiteindelijk trok MAN het bod in. Op 9 november 2011 kreeg Volkswagen een meerderheidsbelang in MAN. De belangen van MAN en Volkswagen in Scania mochten bij elkaar opgeteld worden. Volkswagen had nu - direct en middellijk via MAN - 89,2% van het stemrecht en 62,6% van het aandelenkapitaal van Scania in handen. Volkswagen streefde naar een driehoeksfusie met MAN en Scania.

In februari 2014 deed Volkswagen een bod van 6,7 miljard euro op de aandelen Scania die het nog niet bezat. De Duitsers boden 200 kronen per aandeel. Medio mei 2014 heeft Volkswagen 90,5% van de aandelen Scania verworven en kan nu via een uitrookprocedure de Zweedse vrachtwagenfabrikant van de beurs te halen en volledig eigenaar worden. De bedoeling is Scania nauwer te laten samenwerken met de eigen vrachtwagenactiviteiten van VW en met MAN.

Trucks

De Scania bedrijfswagens bestaan uit trucks voor het Transport. De typen trucks die Scania levert onderscheiden zich vooral ten aanzien van het transportdoel; zo zijn er trucks voor bijvoorbeeld de algemene lading en het voertuigtransport. Verder zijn er trucks bedoeld voor volumineuze ladingen die maximale laadruimte bieden. Voor de specifieke transportdoelen zoals de distributie, produceert Scania ook bakwagens, platforms, tankwagens en andere complete voertuigen. Scania heeft in 2004 een nieuw modellen lijn geïntroduceerd. Hierbij werd de benaming veranderd; voorheen werd het model aangeduid met een cijfer. Voor de R-serie en P-serie worden de cabines gebruikt van de voorganger, de 4-serie. Het interieur is compleet nieuw, het exterieur is licht gewijzigd.

R-serie en P-serie

De R-serie is voor de lange afstand, met een hooggeplaatste cabine ten behoeve van veel en functionele cabineruimte. De P-serie heeft in grote lijnen dezelfde cabine, deze is lager geplaatst wat ten goede komt aan een makkelijke instap, en is daar door meer geschikt voor het distributiewerk waarbij veel in- en uitgestapt wordt.

De letters R en P werden in de voorgaande modellen ook al gebruikt maar waren niet zichtbaar op de cabine aanwezig als een typebenaming.

In 2009 introduceerde Scania een facelift voor de cabine van de R en de G serie. Hierbij veranderde onder andere het aangezicht van de grille, bumper, sideskirts en werd onder andere de accubak verplaatst. Met de aankondiging van de nieuwe V8 motoren in 2010 waren ook weer enkele minieme aanpassingen in het uiterlijk te zien.

In 2013 werd het uiterlijk opnieuw aangepast met de introducering van de nieuwe "Streamline" cabine. Deels als eerbetoon aan de voorloper uit eind jaren 80, deels als poging de stroomlijn en het verbruik te reduceren. Waar het Streamline pakket ooit een optie was op de Scania 3-serie, zullen de aanpassingen aan de R-serie cabines standaard zijn.

Motoren

  • 9 liter vijf cilinder lijnmotor: 230pk/1050Nm, 280pk/1400Nm en 320pk/1600Nm. (euro 5 motoren)
  • 11 liter zes cilinder lijnmotor: 340pk/1600Nm
  • 12 liter zes cilinder lijnmotor: 380pk/1900Nm,420pk/2100Nm en 470pk/2200Nm.
  • 13 liter zes cilinder lijnmotor: 360pk/1850Nm,400pk/2100Nm,440pk/2300Nm en 480pk/2500Nm
  • 16 liter acht cilinder V-motor: 500pk/2500Nm, 560pk/2700Nm en 620pk/3000Nm. 16,4 liter acht cilinder V-motor: 730pk/3.500Nm, ook al als EEV-motor leverbaar.

De 16 liter motor is voorbehouden aan de R-serie, vanwege ruimtegebrek in de motorruimte van de P-serie.

Cabines

Voor de P-serie is er een dagcabine, een slaapcabine met een plat dak en een slaapcabine met normaal dak. Voor de R-serie komt daarbij een slaapcabine met een verhoogd dak, de Highline, en een slaapcabine met een extra verhoogd dak, de Topline. Er zijn ook speciale cabine's beschikbaar voor de dienstensector waaronder huisvuilwagens en brandweerwagens. De cabine's worden gemaakt in de fabriek in Zweden, dit gebeurde voorheen in Meppel. Daarna gaan ze op transport naar Zwolle waar ze worden afgebouwd.

Bussen

Scania Vabis-bussen hielpen direct na 1945 mee aan de wederopbouw van het Nederlands openbaar vervoer. Grote aantallen bussen van dit merk hebben in Nederland dienstgedaan. De vroegste exemplaren waren compleet opgebouwd in Zweden met carrosserieën van Hägglund; andere hadden een Nederlandse carrosserie, waarvan enkele honderden gebouwd waren door de vliegtuigfabriek Fokker naar een ontwerp van Verheul.

Ook in de jaren vijftig bleef Scania Vabis een geliefd merk voor bussen in het streekvervoer. Het ging daarbij zowel om het trambusmodel (BF-series) als om voorbesturingsbussen (B-series). Er werden motoren van 4, 5 en 6 cilinders toegepast. Carrosserieën werden vooral geleverd door Berkhof te Valkenswaard, Hainje, Den Oudsten en Verheul, maar ook door tal van kleinere carrosseriebedrijven.

In de jaren zestig raakte Scania in het Nederlandse openbaar vervoer buiten beeld. Pas in de jaren negentig ging Scania weer een (eerst nog bescheiden) rol spelen. In het eerste decennium van de 21ste eeuw begon Arriva weer op grotere schaal gebruik te maken van dit merk.

Via importeur Beers hebben touringcars van het merk Scania (Vabis) eveneens aftrek gevonden in Nederland.

N-serie en K-serie

De N-serie is de vervanger van de N94, waar de K-serie de L94/K94/K114 en K124 vervangt. Beide zijn geïntroduceerd in 2005. Hiermee werd de 60 graden gekanteld in de lengte richting geplaatste motor configuratie (L94) uit productie genomen. Tevens is bij de N-serie de motor rechtop geplaatst terwijl deze bij de N94 ook 60 gekanteld was. De bussen werden op L94 en N94 chassis gebouwd, tegenwoordig op serie N en serie K chassis. De carrosserieën werden vroeger vervaardigd door Scania Katrineholm te Katrineholm en geasembleerd bij DAB te Silkeborg, Denemarken. De carrosserieën worden vervaardigd door OMNI te Słupsk, Polen, Sint-Petersburg, Rusland en te Katrineholm, Sweden. Scania bouwt carrosserieën onder de naam Scania OmniCity, Scania OmniLink en Scania OmniExpress. Hiervoor worden de chassis N230, N270, N310, K230, K270 en K310 gebruikt. Producten voor zowel het stadsbus- als het streekbus-segment zijn verkrijgbaar.