“Geen commissie of verborgen kosten 

Onderdelen vinden was nog nooit zo eenvoudig!

DAF

DAF, afkorting van "Van Doorne's Aanhangwagenfabriek N.V." welke later overging in Van Doorne's Automobielfabriek N.V., is een auto- en een vrachtautofabrikant, in 1932 opgericht door Hub van Doorne. Zoekt u onderdelen voor Daf, Leyland, Volvo, Renault, Tatra or ZF versnellingsbakken, je vindt het via EasyPartsSeeker.com.

History

Op 1 april 1928 begonnen Hub en Wim van Doorne in Eindhoven (Nederland) een machinefabriekje met de naam Commanditaire Vennootschap Hub. van Doorne's Machinefabriek, nadat zij eerder al in hun ouderlijke woonplaats Deurne (Nederland) in dienstverband werkzaam waren geweest op dat vlak. Zij vervaardigden constructiewerk, hetgeen leidde tot de bouw van opleggers. In 1930 werd de fabriek in Tuindorp in bedrijf gesteld. Aanvankelijk vervaardigden zij opleggers en aanhangwagens, vanaf 1934 onder de naam: Van Doorne's Aanhangwagen Fabriek, oftewel afgekort D.A.F.. In 1936 werd de DAF-losser voor het overladen van spoorweglaadkisten op de markt gebracht, alsmede de tradoconstructie voor militair gebruik. Hiermee kon een vierwielige auto in een zeswielige veranderd worden. Ook produceerde men reeds pantserwagens. In 1949 werden de eerste vrachtwagens geproduceerd, het betrof een aantal van ongeveer 150. Van het Nederlandse leger ontving men grote orders: zo bouwde men vanaf 1956 grote series vrachtwagens. Verder werden allerlei vindingen gedaan, zoals de roltrommel vuilniswagen en een uitschuifbare motor.

Personenauto's

De eerste stappen naar autoproductie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Hub van Doorne een dwergautootje ontwikkeld, bijgenaamd de regenjas, waarin Hubs ideaalbeeld van een kleine auto voor het volk naar voren kwam. De auto werd nooit in serieproductie genomen; het enige prototype werd aan een circus verkocht. Later kwam het in het DAF Museum in Eindhoven (Nederland) terecht.

Nadat Hub van Doorne de Variomatic uitvond (bijnaam: Het Pientere Pookje), besloot men in 1953 ook personenwagens te gaan bouwen, om de Variomatic daadwerkelijk te kunnen gebruiken. Volgens de Van Doornes moest het een klein autootje worden. Ingenieur Van Brugghen kreeg de technische leiding van het project. In februari 1958 toonde DAF de wereld een volwaardige 4- à 5-persoons auto met automatische transmissie, de beroemde Variomatic, en met een zelf ontwikkelde 2-cilinder 4-taktmotor. De Variomatic was een continu variabele transmissie met twee rubberen riemen die tussen twee schijven traploos nieuwe overbrengingsverhoudingen realiseert. Het was de eerste continu variabele transmissie voor auto's die ooit in productie werd genomen. De DAF 600 (1959) was de eerste auto. Bij de presentatie op de AutoRAI was de auto nog niet helemaal productierijp maar toch werden er al 4000 orders geplaatst. De opvolger van de 600, de DAF 750 uit 1961, kreeg een zwaardere motor omdat 22 pk toch wel erg mager was. Naast de 750 werd in 1961 het type DAF Daffodil gepresenteerd. De auto werd in 1963 en 1965 lichtjes bijgewerkt; de modellen kregen de typenummers DAF 31 respectievelijk DAF 32, maar werden bij hun introductie eveneens Daffodil genoemd. Bij de DAF 33 (1967) werd hiervan afgestapt.De DAF 44 (1966) was het zogenaamde "b-type" (De DAF 600 t/m 33 waren van het "a-type"). De ruimere auto was ontworpen door Michelotti. Met de auto probeerde DAF in de markt te stappen voor grotere auto's. Om de stap naar de middenklasse te kunnen maken werd de DAF 55 (1967) geïntroduceerd, met een 4-cilinder Renault-motor. De 55 werd opgevolgd door de DAF 66 in 1972. Deze auto werd vanaf 1975 eveneens geproduceerd onder de merknaam Volvo. De laatste Volvo 66 liep in 1981 van de band. De DAF 46 (1974) was het laatste nieuwe model van DAF. Het was de minst geliefde DAF, hetgeen te wijten was aan de aandrijving door zijn enkele riem. DAF had al sinds het begin van de '70-er jaren gewerkt aan een nieuw, groter model, de DAF 77. Hoewel de auto nooit verder kwam dan een prototype, was het de basis voor de nauwelijks gewijzigde Volvo 343. Ook dit model werd met behulp van de variomatic aangedreven. DAF kampte met een productietekort en wilde een nieuwe fabriek bouwen. Omdat het Nederlandse Limburg kampte met een grote werkloosheid doordat de Nederlandse overheid net De Staatsmijnen had gesloten besloot de overheid DAF een grote subsidie toe te kennen wanneer het bedrijf de nieuwe fabriek in Limburg zou laten bouwen. DAF besloot in te gaan op dit aanbod en vestigde een nieuwe fabriek in Born (Nederland). Aanvankelijk zou hier alleen het nieuwe type, de 44 en 55, gebouwd worden. Later zou de complete autoproductie in Born gaan plaatsvinden.Onderdelen voor personenwagens vindt u bij EasyPartsSeeker.com.

Bussen

De eerste bemoeienis van DAF met autobussen was de bouw van 240 opleggers voor de Crossley-trekkers voor de Nederlandse Spoorwegen waarmee het openbaar vervoer na de bevrijding weer op de been werd geholpen. Eind jaren veertig begon DAF met de productie van chassis voor autobussen. De B-series (voor frontstuurbussen) en TB-series (van het trambusmodel) waren nog gebaseerd op vrachtautochassis en hadden een staande motor voorin. Als krachtbron werden benzinemotoren van Hercules en dieselmotoren van Perkins- en Leyland toegepast. Vanaf 1958 fabriceerde DAF de dieselmotoren zelf, eerst nog in licentie van Leyland, later naar eigen ontwerp. Het eerste speciaal voor autobussen gebouwde DAF-chassis was de SB1600, met staande heckmotor achterin. Dit type is vooral voor touringcars en bussen voor het streekvervoer tot in de jaren tachtig in productie gebleven. In 1966 introduceerde DAF het SB200DOL-chassis, met liggende heckmotor achterin, voor de bouw van autobussen. In de periode 1966-1976 werden hierop vele honderden wijnrode standaard-stadsbussen (Commissie Standaardisering Autobusmaterieel) gebouwd door carrosseriebouwer Hainje te Heerenveen. In 1977 introduceerde DAF een verbeterde versie, het SB201DKDL-chassis. Op dit chassis werden tot 1983 door Hainje wijnrode standaard-stadsbussen gebouwd. In de periode 1983-1988 bouwde Hainje de tomaatrode stadsbussen van het type CSA-II op dit chassis. In 1988 werd het SB201DKDL-chassis vervangen door het SB220-chassis. Berkhof Jonckheer stadsbus op een DAF SB250-chassis In 1969 leverde DAF voor het eerst het MB200-onderstel met liggende motor middenin (underfloor motor) voor de bouw van de standaard streekbus. Verheul te Waddinxveen was in 1968 begonnen met de bouw van dit populaire bustype als de zelfdragende Leyland-Verheul LVB668. De uiterlijk identieke bussen op DAF MB200-onderstel waren echter niet zelfdragend. Zij werden in de periode 1969-1988 gebouwd door vooral Den Oudsten te Woerden, maar ook door Hainje te Heerenveen en Van Hool te Koningshooikt. In 1982 introduceerde DAF het MBG200-chassis met underfloormotor voor de bouw van gelede bussen op basis van de standaard streekbus. In 1988 werd het MB200-chassis vervangen door het MB230-chassis met underfloormotor en het SB220-chassis met heckmotor. Voor de bouw van gelede bussen kon DAF het SBG220-chassis, met heckmotor in de aanhangwagen, leveren. De nieuwe streekbussen op het nieuwe chassis waren van het type Den Oudsten B88 en Den Oudsten B89 Alliance. Den Oudsten leverde deze typen echter voor het merendeel niet op DAF-chassis, maar als zelfdragende (integrale) bus met DAF-componenten, waardoor een aanzienlijke gewichtsbesparing werd bereikt. Het bedrijf was onderdeel van vrachtwagenbouwer DAF, maar werd in 1990 losgekoppeld, en ging als DAF Bus International samenwerken met de industriële groep United Bus, waar onder andere Den Oudsten en BOVA deel van uitmaakten. Dit samenwerkingsverband was echter geen succes, en na het faillissement in 1993 werd DAF Bus overgenomen door de VDL Groep, sinds 5 september 2008 verder onder de naam VDL Bus Chassis.

Vrachtauto's

Eerste modellen

Hoewel voor de oorlog al voorzichtig met trucks op basis van Ford begonnen werd, werd pas na de oorlog werkelijk een eigen vrachtwagenproductie opgezet. Men begon met de DAF A30, DAF A50 en de bestelwagen DAF A10. De eerste trucks waren uitgerust met Leyland- en Perkins-motoren.

2600

In 1963 verbaasde DAF de wereld met de DAF 2600, de eerste moderne truck, die alle op dat moment in productie zijnde trucks vooroorlogs deed lijken. In 1968 werd een kantelcabine geïntroduceerd. Deze cabine was zo bijzonder omdat men door het bouwdoossysteem met een beperkt aantal componenten een groot aantal verschillende cabines kon bouwen, van lichte distributietrucks tot internationale transporttrucks.

Moeilijkheden

De jaren 70 werden ingegaan met goede moed: op dat moment dacht men dat het grootste probleem het vinden van goed gekwalificeerd personeel was. Er braken moeilijke tijden aan voor DAF en de personenwagendivisie werd overgedragen aan Volvo. De truckproductie bleef echter en DAF werd opgenomen in International Harvester. IH had ook Atkinson en Pegaso onder haar vleugels. Het uitblijven van investeringen onder IH deed DAF besluiten uit de combinatie te stappen.

In 1987 werd Leyland overgenomen. Door de fusie met Leyland kreeg DAF ineens twee thuismarkten, Engeland en Nederland. Bovendien kreeg DAF er een gigantische productiecapaciteit bij, wat goed uitkwam toen de in 1988 geïntroduceerde DAF 95 een groot succes bleek te zijn. Met dit model behaalde DAF haar eerste "truck van het jaar" titel. In de jaren daarna werd deze serie uitgebreid met de 45/55 en de 65/75/85. Door de overname schoof DAF flink op in de ranglijst van truckfabrikanten en stond nu vierde, na Scania, Volvo en MAN. Na de volledige overname van Leyland probeerde DAF ook het Spaanse Pegaso over te nemen. Voor Pegaso was het pure noodzaak, omdat het verlies leed. Pas in 1989 kwam DAF met een serieus bod. De overname zou spaak lopen en Iveco nam Pegaso op in haar concern. Wel zou uit de samenwerkingsgesprekken de Pegaso Troner, met DAF-componenten, voortkomen. Intussen was men in Eindhoven van plan om een nog belangrijkere rol te gaan spelen op de West-Europese bedrijfswagenmarkt. De voorwaarden daarvoor had DAF in ieder geval al geschapen. Het bedrijf ging naar de beurs. Voor een nieuwe lijn voor lichte vrachtwagens had DAF een deal gesloten met Leyland. De Britse vrachtauto- en motorenfabrikant ging de lichtere vrachtauto's in licentie voor DAF bouwen. Uit de overname kwam ook FreightRover mee, een doorontwikkeling van de Leyland Sherpa, die als DAF 200 en later ook de zwaardere DAF 400 op de markt kwam. De Leyland Roadrunner werd aanvankelijk als DAF 800 op de markt gezet, maar al snel tot DAF 45 omgedoopt. Op basis van deze werd de 55 ontwikkeld. Toen de vrachtwagenmarkt plotseling in elkaar zakte moest DAF haar faillissement in 1993 aanvragen. Het bedrijf kon in hetzelfde jaar een doorstart maken onder de naam DAF Trucks N.V., waarna het in 1996 werd overgenomen door Paccar. De bestelwagendivisie werd zelfstandig voortgezet onder de naam LDV (Leyland-DAF Vehicles). Onderdelen van alle truck merken kunt u vinden via EasyPartsSeeker.com.

Overname door Paccar

In 1996 werd DAF overgenomen door Paccar en in 1998 zou het voor de tweede keer in haar geschiedenis de titel "truck van het jaar" krijgen. In 1998 was het de beurt aan de opvolger van de DAF95, de DAF 95 XF. De serie werd weer uitgebreid met de DAF CF en in 2001 met de DAF LF, die tot truck van het jaar werd verkozen. In 2002 werd de XF licht gewijzigd en werd hij leverbaar met de AS-tronic automatische versnellingsbak. Eind 2005 maakte DAF de XF105 bekend, een nog zwaardere truck, voorzien van compleet nieuw ontworpen motoren die voldoen aan de Euro 5 norm. In 2006 kwamen ook een gewijzigde CF en LF op de markt. Voor 2007 kreeg DAF opnieuw de prestigieuze titel "Truck van het jaar", ditmaal met haar XF 105.

Op 19 april van dat jaar was de 750.000e vrachtwagen van de band gerold. Begin 2011 brengt DAF Trucks een primeur uit met een hybride vrachtwagen LF Hybrid. Deze 12 tons vrachtwagen voor distributieverkeer is naast een dieselmotor van 118 kW voorzien van een elektromotor van 44 kW. Deze drijft de vrachtwagen aan in de groene zones van grote steden. Na twee jaar proefrijden met diverse prototypes is de tijd rijp voor een marktintroductie. Praktijktests wijzen op een brandstofbesparing van 10 tot 20 procent. In oktober 2013 opende DAF een assemblagefabriek in Ponta Grossa, Brazilië. De fabriek heeft een oppervlakte van bijna 28.000 m² en staat op een terrein dat 230 hectare groot is. In de nieuwe fabriek worden vrachtwagens geassembleerd voor Brazilië en de Zuid-Amerikaanse markt. De fabriek heeft een investering gevergd van $ 320 miljoen

Overzicht van vrachtwagens en bestelwagens

  • DAF A10 (eigenlijk een bestelauto)
  • DAF A30 (bijgenaamd 7-streper, naar het aantal chromen strips op zijn grille)
  • DAF A1100
  • DAF A1300
  • DAF A1600
  • DAF V1600 (4x4 uitvoering)
  • DAF 2000DO
  • DAF 2200DO
  • DAF 2400DO
  • DAF A13/A16/A18 en de T13/T15/2 (beter bekend als de Torpedo)
  • DAF 2600
  • DAF Pony (op basis van DAF 44 personenauto)
  • DAF Kalmar (bestelauto op basis van personenauto-componenten)
  • DAF 2800/3300/3600
  • DAF N2800 (Laatste torpedo-model)
  • DAF 1600/1800/2100
  • DAF 500/700/900/1100/1300 (Cabine van de club van 4)
  • DAF 2900/3200 DAF 95
  • DAF 200/400 (bestelauto (een geüpdatete versie van de FreightRover, later LDV))
  • DAF 600/800/1000 (voorloper van de DAF 45)
  • DAF 65/75/85
  • DAF 45/55
  • DAF 95XF
  • DAF 65/75/85CF
  • DAF XF
  • DAF XF105
  • DAF CF
  • DAF LF
  • DAF XF 2013
  • DAF XT
  • DAF XXF